Een multidisciplinaire taalstrijd tussen literatuur, muziek en beeldende kunst.
Taal is ons dagelijks werkinstrument, maar voor mij is het ook mijn grootste worsteling. Vijfentwintig jaar geleden, bij de geboorte van mijn jongste zoon, begon ik uit verveling te schrijven. Zonder literaire ambities, zonder vooropgezet plan. De eerste hoofdstukken die toen ontstonden, zijn vandaag nog nagenoeg onveranderd terug te vinden in Vijf. Pas later ontdekte ik de literaire kracht van wat aanvankelijk niet meer was dan een manier om de tijd te verdrijven.
Schrijven werd gaandeweg meer dan een bezigheid. Vrijwel elk nieuw hoofdstuk vond jarenlang zijn weg naar vrienden en familie, die het manuscript zagen groeien, erop reageerden en soms ongetwijfeld hun wenkbrauwen fronsten. Mijn schrijverschap ontwikkelde zich dus niet in afzondering, maar in het gezelschap van een kleine, vertrouwde lezerskring. Wat begon uit verveling, groeide uiteindelijk uit tot een omvangrijk en grensverleggend literair project: de romantrilogie Onze taalstrijd.
Vandaag zet ik met trots een volgende stap naar buiten met Vijf, mijn debuutroman en het eerste deel van deze trilogie, onder mijn pseudoniem Koen Vaninge. Het manuscript is voltooid en zoekt nu zijn weg naar een ruimer lezerspubliek.
Auteur Kristien Hemmerechts, die al een aantal hoofdstukken uit het manuscript las, verwoordde haar leeservaring als volgt:
“De lezer voelt dat dit ergens over gaat. Er is een urgentie en ook een intensiteit, en die maken dat de lezer meer wil weten.”
De roman begint bij de geboorte van een kind, een ogenblik waarop nieuw leven zich aandient en de Schrijver onvermijdelijk terugkijkt op het zijne. Van daaruit ontvouwt zich een leven waarin liefde, ouderschap, verlies, verlangen en de breuken tussen mensen voortdurend door elkaar lopen. Niet chronologisch (want het brein werkt ook niet zo) maar via herinneringen en associaties.
De Schrijver probeert zijn eigen leven te begrijpen door het op te schrijven. Hij reconstrueert, interpreteert, twijfelt en spreekt zichzelf tegen, maar blijkt daarbij niet alleen getuige van zijn verleden. Hij is ook degene die bepaalt hoe dat verleden wordt verteld. Wat is werkelijk gebeurd, wat wordt herinnerd en wat ontstaat pas op het ogenblik dat het wordt opgeschreven? En van wie is de waarheid wanneer meerdere mensen hetzelfde leven hebben gedeeld?
Een multidisciplinair project: als woord, beeld en muziek samenkomen
Een kleine opstand tegen Wittgenstein
‘Waarover men niet spreken kan, daarover moet men zwijgen’, schreef Ludwig Wittgenstein. De Schrijver in Vijf lijkt zich weinig van dat zwijggebod aan te trekken. Waar woorden tekortschieten, begint voor hem het schrijven pas echt. Hij zoekt, probeert, herneemt, spreekt zichzelf tegen en ontdekt dat wat hij niet kan zeggen, zich misschien wel laat benaderen. Met andere woorden. Met muziek. Met beelden. Niet om het onzegbare alsnog definitief vast te leggen, maar omdat hij weigert het onuitgesproken te laten.
Misschien is Vijf in die zin een kleine anti-Wittgensteinroman. Niet omdat de taal alles vermag, maar juist omdat ze dat niet doet. En omdat de mens, ondanks dat tekort, blijft proberen te vertellen wat hem overkomt.
Proustiaanse associaties en muziek
Het schrijfproces werd sterk gevoed door muziek. Zoals de beroemde madeleine van Marcel Proust onverwacht een wereld van herinneringen oproept, bleken bepaalde nummers voor mij deuren naar een verleden dat zich niet altijd gewillig liet herinneren. Muziek bracht gebeurtenissen terug, veranderde hun gevoelswaarde of riep vragen op bij wat ik meende te weten. Soms waren het de woorden die de muziek opriepen, soms was het de muziek die de woorden mogelijk maakte.
Om iets van die zintuiglijke ervaring met de lezer te delen, kreeg Vijf een eigen Spotify-afspeellijst, rechtstreeks te beluisteren via mijn website. Niet als verplichte soundtrack, maar als een uitnodiging om mee te luisteren op de melancholische golflengte waarop herinneringen woorden werden.
Omdat sommige woorden beelden worden. Of omgekeerd.
Naast de muziek ontstond ook een visuele dimensie. Niet omdat de roman illustraties nodig heeft, maar omdat sommige gedachten en herinneringen zich nu eenmaal gemakkelijker in beelden laten uitdrukken. En soms werkt het precies andersom: een beeld roept woorden op die er voordien niet waren.
Onder de noemer Grafiek uit Vijf groeit daarom een reeks beeldende werken die hun oorsprong vinden in de roman, maar ook zelfstandig kunnen bestaan. Aardappelschillen, Donderbolderend zwart met vogel en Einde zijn de eerste drie. Ze worden voorbereid als gesigneerde en genummerde A3-fine-artprints. Het zijn geen letterlijke illustraties van hoofdstukken, maar visuele echo's van dezelfde wereld, waarin het zichtbare niet noodzakelijk samenvalt met wat er werkelijk te zien is.
Onze taalstrijd — een trilogie in wording
Die strijd met de taal houdt niet op bij Vijf. Integendeel, hij vormt de rode draad door de geplande trilogie Onze taalstrijd, waarin niet alleen de grenzen van de taal, maar ook het alleenrecht op de herinnering en de waarheid ter discussie komen te staan.
Vijf vormt het eerste deel van dit geplande drieluik, waarin een gedeeld gezinsleven vanuit verschillende perspectieven en generaties wordt onderzocht. In Vijf probeert de Schrijver zijn eigen leven te begrijpen door het op te schrijven. Hij reconstrueert, interpreteert, twijfelt en spreekt zichzelf tegen, terwijl de grens tussen herinnering en verbeelding voortdurend verschuift. Wat is werkelijk gebeurd, wat wordt herinnerd en wat ontstaat pas op het ogenblik dat het wordt opgeschreven? En van wie is de waarheid wanneer meerdere mensen hetzelfde leven hebben gedeeld?
In het tweede deel, Ik, waaraan ik momenteel werk, verschuift het perspectief en komt het alleenrecht van de Schrijver op zijn verhaal ter discussie te staan. Het voorziene derde deel, Wij, zal die verschillende perspectieven en generaties verder met elkaar confronteren. Niet om uiteindelijk één sluitende waarheid te vinden, maar om te onderzoeken of mensen elkaar kunnen begrijpen wanneer hun herinneringen, hun woorden en hun waarheden uiteenlopen.
Onze taalstrijd is daarmee niet zozeer een opeenvolging van drie verhalen als wel een poging om hetzelfde leven vanuit verschillende posities te benaderen. Want misschien is één leven te veel voor één verteller.
Een eerste kennismaking met Vijf
Wie benieuwd is naar de roman, kan op mijn website kennismaken met De eerste, een hoofdstuk waarin een jeugdliefde, een eerste kus op de tonen van Angie van The Rolling Stones en een begrafenis vele jaren later met elkaar verweven raken. Een barkruk in een café vormt het decor voor een herinnering die zich niet zomaar laat afsluiten.
Op de website zijn ook de Spotify-playlist en de eerste grafische werken te ontdekken. Samen bieden ze verschillende toegangen tot Vijf, zonder dat de ene kunstvorm de andere hoeft uit te leggen.
Vijf is voltooid en zoekt een uitgever die zich niet alleen aangesproken voelt door de roman, maar ook door de literaire ambitie van Onze taalstrijd. Ik kom graag in contact met uitgevers en andere mensen uit de literaire en artistieke wereld die mogelijkheden zien in dit project of erover van gedachten willen wisselen.